Café van de logica

Kurt is een goede vriend van me. Als logicus heel beslagen in, tja, logisch redeneren. Onlangs had ik opgevangen dat hij een caféetje begonnen was in een zijstraatje aan de markt. En naar ik hoorde brouwde hij zelfs zijn eigen bier.
Op een avond besloot ik er heen te gaan. Het was een kleine kroeg maar met een enthousiaste reclame boven de deur : ‘Ons Gödelbier (ja, zo had hij het gedoopt…) is steeds vers van het vat, altijd op perfecte temperatuur. Al ons bier is zelfgebrouwen, met natuurlijke ingrediënten’. Niet direct een slagzin waar een doorsnee marketing-copywriter warm van wordt maar niettemin sympathiek.
Ik ging binnen en zag Kurt achter zijn toog staan. Dat was ook niet moeilijk, er zat verder niemand… Hij keek wat mistroostig.
Ik deed een beetje vlot en zwierde me op een barkruk tegenover hem.
‘Leuke plek hier zeg, gezellig ingericht.’
‘Zwijg stil – alweer geen kat vandaag.’
Ik deed alsof het niet relevant was .
‘Geef me eens een pintje van jouw fameuze Gödelbier.’
‘Ik heb helemaal geen Gödelbier’, zei hij met een afgestreken gezicht.
‘Hoezo ? Bij het binnengaan staat toch duidelijk dat je Gödelbier hebt ?’
Kurt zuchtte diep.
‘Dat is nu iedere dag zo. Ik had gehoopt dat jij dat tenminste ging begrijpen.’
Ik boog me dichter naar hem toe want ik had een voorgevoel dat er een redenering ging volgen die me verweesd zou achterlaten.
‘De hypothese die boven mijn deur geschreven staat en waarvan ik wil stellen dat ze waar is, is gewoon een universele uitspraak.’
Wat ik vreesde, werd bewaarheid…
‘Mijn bier is inderdaad altijd vers van het vat,’ vervolgde hij, ‘altijd op perfecte temperatuur en altijd gebrouwen met natuurlijke ingrediënten.’
‘Ja…’, zei ik hoopvol, ‘…en dus geef je mij nu een pintje.’
‘… maar dat betekent niet dat ik dat bier hier ook in mijn café heb. Die universele uitspraak is ook waar als er géén bier is.’
Mijn voorhoofd vertoonde een frons waar alle Botox specialisten van het land opgewonden van zouden geraken.
‘Slechts als ik een tweede hypothese zou vermelden, namelijk ‘Hier is Gödelbier’, dàn pas zou ik bier kunnen schenken aan mijn klanten.’
Ik had medelijden met mijn vriend. Ik wilde hem helpen.
Maar…
Wat ik vertelde over Kurt kan misschien wel waar zijn, maar dat betekent niet dat hij ook bestaat. En als hij niet bestaat hoef ik hem ook niet te helpen.
Of is dit te logisch ?

Menu